Recente Posts

Showing posts with label Mens en Maatschappij. Show all posts
Showing posts with label Mens en Maatschappij. Show all posts

Saturday, 8 August 2009

Verborgen plaatsen van wijsheid

Een beker is een bijzonder handig werktuig. Ze zijn er met en zonder oortje en in verschillende kleuren en materialen. Het handige van een beker is dat je er uit kunt drinken.
Dit schema is helder en van een bijzondere eenvoud. En dat is ook precies zijn zwakte: het kan ook eenvoudig misbruikt worden. En laat nu professor Peter Kingsley op dat idee zijn gekomen met zijn boek “Verborgen plaatsen van wijsheid”.

Zo’n titel doet vermoeden dat de mensheid iets over het hoofd heeft gezien. Behalve Kingsley dan natuurlijk. En hij doet daar zelf nog een schepje bovenop met de ondertitel ‘Een revolutionaire visie op de wortels van onze beschaving’. We zijn benieuwd.

Maar inplaats ons direct uit de doeken te doen wat we gemist hebben volgt Kingsley het schema vanuit de achteruitkijkspiegel. Hij vertelt ons dat er iets is, iets bijzonders. Het is bijna niet voor te stellen, maar het doet zich soms voor in plastic en als je even niet oplet kan het zomaar van keramiek zijn. Het is werkelijk heel bijzonder.
Dat is de stand van zaken op bladzijde 70. We weten eigenlijk nog niets maar er zijn er nog 72 over dus er is nog hoop dat Kingsley ooit terzake komt. Maar nee, hij volgt strak het schema.

Kleuren. Ja, je denkt soms dat ze alleen in boerenbont verschijnen, maar dat is een illusie. Honderden zo niet duizenden kleuren en tinten zijn de mogelijke verschijningsvormen waarin het zich kan manifesteren. Maar het meest bijzondere, het meest onverwachte is wel de eigenschap dat je er uit kunt drinken.
Na deze mededeling leeft Kingsley zich vervolgens een paar hoofdstukken uit in opperste extase. Maar op de laatste bladzijde, nummer 142, onthult Kingsley ons eindelijk toch wat het is. Het is een kopje. Einde.

De verborgen plaatsen van wijsheid liggen kennelijk besloten in deceptie. Want na uitlezen van het boek borrelde dit stukje op.

Spijtbetuiging

Spijtbetuiging. Het is een mooi woord omdat het veronderstelt dat de dader hiermee afstand heeft genomen van zijn kwalijke handeling en dit paart aan een ernstig verlangen naar beterschap. De dader is tot inkeer gekomen en deelt nu het algemeen levend rechtsgevoel van de gemeenschap. Zeker, hij zal nog enige tijd in de gaten worden gehouden, maar niettemin hoort hij er weer bij. En in dat laatste schuilt dan ook de vergeving.

Bovenstaande ziet op het individuele geval, waarbij de morele verantwoordelijkheid ophoudt te bestaan bij het verscheiden. Zij is dus niet overerfbaar. Daar waar het nationale spijtbetuigingen betreft ligt dit zaak genuanceerder omdat zij als lichaam functioneert zonder individuele verantwoordelijkheid.

Duitsland beperkt haar spijt tot de WWII en laat de materiële verantwoordelijkheid doorlopen tot nabestaanden in de eerste graad van de gene die daadwerkelijk getroffen zijn. De misstanden die het Heilige Duitse rijk rond de 13e eeuw zouden kunnen worden aangerekend vallen buiten de reikwijdte van dit collectief schuldbesef. Er ligt dus ergens een grens waarop men zich moreel nog verplicht voelt spijt te betuigen, laat staan dit materieel te vertalen.

Toch is dit laatste punt – de materiële genoegdoening – die de knip forceert en niet de zuiver morele overweging om tot spijtbetuiging te komen. Voor schadevergoeding dient er immers een causaal verband te bestaan tussen aangedaan leed en de daaruit voortvloeiende schade die men heeft opgelopen. Is dat verband te ver verwijderd, dan vervalt de rechtsgrond. Ergo, vervalt de rechtsgrond dan vervalt ook de morele verplichting tot spijtbetuiging. Dit brengt met zich mee dat indien men de kritische grens heeft gepasseerd, de gezochte vergeving een doel op zich wordt.

Bijna instinctief kon de Paus om die reden in 2000 zijn verontschuldigingen aanbieden voor het optreden van de Inquisitie. In zeker opzicht nutteloos maar zeker niet betekenisloos. Doordat hij als lichaam sprak ontsloeg hij nadrukkelijk het individu van die verantwoordelijkheid.

Aldus zou dit bijvoorbeeld voor Nederland betekenen dat zij als natie niet zondermeer kan spreken van spijt ten aanzien van de slavenhandel. Ten eerste gaat er geen heilzame werking uit van dit soort, over de tijd heen getilde, schuldbetuigingen. En ten tweede staat die gezochte vergeving namelijk in relatie tot zichzelf en niet tot de ander.

Monday, 3 August 2009

De activist

Men heeft ze in alle soorten en maten maar in samenhang met het Israelisch-Palestijns conflict komt hij het best naar voren: de ‘activist’. Een activist, die van geen enkele andere beschouwing wil weten, rechtlijnig maar één schuldige kan aanwijzen en daar zo ver in gaat dat het reeds vroeg op gespannen voet komt te staan met de redelijkheid. Het is het soort activisme wat negatief opvalt en waarvoor de feitelijke omstandigheden geen aanleiding geven.

Men is wel bekend met de drijfveren van de religieuze fanaticus, die er sterk op lijkt, maar dit is weer van een andere orde. Gelukkig heeft Eric Hoffer het mysterie van de ‘activist’ reeds voor ons ontsluierd.

Buiten het feit dat Hoffer reeds in 1968 een weloverwogen mening had over Israel en de toekomst, is hij toch het meest bekend geworden door de analyse van de ‘part-time’ activist.

Hoffer, ziet in deze activist iemand met een narcistische persoonlijkheid die zijn wens tot ‘zelfverhoging’ alleen dan kan bereiken indien hij categorisch weigert de realiteit onder ogen te zien. Het geloof aan de eigen heilige zaak moet vast en onwrikbaar zijn. Hij is niet vatbaar voor de onderliggende feiten en logische consequenties.

In zijn boek The True Believer (1951) stelt Hoffer, die voor zijn werk de Presidential Medal of Freedom (VS) ontving, het als volgt:

“Hoe zeer ook de activist in de verschillende heilige zaken zich mag onderscheiden in hoedanigheid, in de kern van hun persoonlijkheid zijn ze allemaal gelijk. Men vindt bij hen een narcistische grondhouding, een zelfverliefdheid, die zich in de wens vertaalt zichzelf te ontstijgen. Het is voor mensen met deze karaktertrek buitengewoon pijnlijk om het leven nederlagen te moeten ervaren en vast te stellen dat de eigen ambitie zich niet laat verwezenlijken”.

En zo heeft de activist een gezicht gekregen en is beter te begrijpen waarom deze in discussies vaststaande feiten niet wil zien, ze zelf verzint, over de rand van het fatsoen heen gaat en geen enkele consideratie noch moeite heeft met verwarrende en of onlogische gevolgtrekkingen.