Recente Posts

Showing posts with label Discussietechniek. Show all posts
Showing posts with label Discussietechniek. Show all posts

Wednesday, 18 November 2009

Waar of niet waar?

“In de honderd jaar tussen het overlijden van Mohammed (632) en de Slag bij Tours (732), zijn door de islamitische veroveringsdrang circa 21 miljoen mensen omgekomen. Een verschrikkelijk hoog getal, wat eerst in 1347 naar verhouding werd evenaart door het uitbreken van de pest.”

Is dit nu waar? Klinkt het goed of komt het even verkeerd uit? Hoe gaan we deze ‘wijsheid’ een plaats geven in ons leven? Het gaat niet meevallen om die drie vragen te beantwoorden.

Nee, het naar de ratio (wetenschappelijk) beantwoorden van die vraag, met alle afwijkingen, zou het universum kunnen vullen aan mogelijkheden. We moeten dus wel kijken naar de praktijk om grip te houden op wat tastbaar is.

En het eerste wat dan het daglicht ziet is een opperwezen. En dat is buitengewoon vreemd. Vreemd, omdat een opperwezen bij uitstek van het soort is dat zich aan alle wetenschap ontrekt. Wat zich laat zien is dus precies het tegenovergestelde van wat men wil bewijzen. En dat maakt dat de in hoofde vermelde volzin, gelijkwaardig is aan het opperwezen zelf. We hoeven beiden niet te bewijzen.

Sunday, 2 August 2009

Selectieve verontwaardiging

Het is eerder in discussies aangehaald: de beschuldiging van selectieve verontwaardiging. Men kan het ontkennen maar het is een opvallend fenomeen dat bij al het bestaande onrecht in de wereld, het conflict tussen de Palestijnen en Israel de opinie in een wurggreep houdt. Objectief beschouwd - in vergelijk met andere brandhaarden, repressie, aanslagen en religieus fanatisme - kan men met een gerust hart stellen dat er onevenredig veel aandacht uitgaat naar die paar duizend vierkanten meters aan de kust van de Middellandse zee. Daar moet toch een verklaring voor zijn.

En nee, dat ligt niet aan een bijzondere situatie waarin het conflict zich ophoud dan wel het aantal slachtoffers, want dan zijn er plaatsen of omstandigheden te over die de situatie in het Midden-oosten verre overtreffen. De langslependheid misschien? In dat verband kan verwezen worden naar de Koerden die sinds 1915 niet meer weten waar ze het zoeken moeten. En zo kan men het hele rijtje aflopen en an passant nog Tibet tegenkomen, waarbij men dan aan het eind moet constateren dat er disproportioneels veel aandacht voor het Palestijns- Israëlisch conflict is terwijl daar feitelijk geen objectieve reden voor te vinden is.

Misschien ligt het antwoord wel in de menselijke neiging zich te identificeren. Het is een fenomeen waarop de literatuur en cinema gebaseerd is. De held en de slechterik zijn herkenbaar, je zou het zelf kunnen zijn. Voor het wereldtoneel gaat diezelfde wet op. Maar daar is wel een voorwaarde aan verbonden: die herkenbaarheid moet overeenkomen aan de eigen moraal en cultuur. Valt die buiten het spectrum, dan vervalt tevens de praktische mogelijkheid tot identificatie. In de Aziatische landen wordt het conflict nauwelijks met zoveel woorden gevolgd. Japan heeft er in al die jaren, zo ver is te overzien, nog geen wezenlijk discussiedebat op televisie aan gewijd, laat staan dat er in het parlement vragen over werden gesteld. Aan de andere kant heeft de westerling er moeite mee zich een voorstelling te maken van de worsteling die een Tibetaan, Angolees of Koerd moet doormaken. Hij kan zich, door de specifieke verschillen in cultuur en eigenschappen, niet gemakkelijk vereenzelvigen. Natuurlijk, de problemen blijven intermenselijk, maar de persoon waarin zij voorkomen staat te ver weg van de eigen voorstelling.

Het komt mij voor dat dit de reden is waarom het onderhavige conflict onze aandacht heeft. Het staat dichter bij onze natuur, die wij als herkenbaar beschouwen. Die herkenbaarheid missen wij ten opzichte van de hoofdrolspelers en slachtoffers in Myanmar of Darfur. Maar dit geeft derhalve wel aan waarom wij weldegelijk selectief zijn in onze verontwaardiging of steun. Misschien onbewust, maar toch op zijn minst een reden om eens bij zichzelf te raden te gaan.

De persoon of zijn religie?

Er bestaat geen twijfel over de verontwaardiging die religieuzen voelen bij de discussie aangaande de godsdienst die zij belijden. Nu zou men geneigd zijn te denken dat deze verontwaardiging gelegen is in het stelselmatig aanvallen van de godsdienst als ware het een kwaadaardige doctrine. Dit is zeker juist, maar zij vormt naar mijn mening niet de eigenlijke reden. Die is gelegen op een meer subtieler vlak. De constatering dat men in de discussie er kennelijk voor kiest de persoon buiten schot te laten en slechts zijn religie op de korrel te nemen, is in dit verband veelzeggend.

Omdat een godsdienstige overtuiging onvervreemdbaar tot de integriteit van de persoon behoort, heeft de Verlichting er mede voor gezorgd, dat elke aanval op de persoon omwille van zijn religie, een inbreuk pleegt te zijn op de persoonlijke levensfeer. Hiermee werd een open zenuw getroffen als gaat om de natuurlijke eigenschap de eigen religie verre weg hoger te schatten dan die van de ander die daarmee apert als ongelovig werd bestempeld. Het is echter een misvatting te vermoeden dat de Verlichting hiermee een eind heeft willen maken aan godsdienstige twisten. In tegendeel, geheel overtuigd dat dit een utopie zou blijken te zijn, stelde zij slechts dat die twisten er niet meer toe mochten leiden elkaar om die reden de hals af te snijden.

Maar door de persoon uit de schakel van de discussie te halen komt de gelovige in een onwezenlijke situatie; hij bestaat niet meer, maar is wel de spreekbuis van zijn geloof. Alsof alleen de contouren van zijn omvang zijn aangegeven, doch zijn persoon niet is ingetekend, op dezelfde wijze waarop de Romeinen hun slaven uitbeelden. Het is dit als minachting ervaren gevoel dat ik verantwoordelijk houdt voor de wezenlijke verontwaardiging.

Maar is dit gevoel van minachting, hoewel verklaarbaar, terecht? Ik meen van niet. De wederkerigheid verondersteld namelijk dat ieder persoon in de discussie gelijkwaardig is. Het evenwel toch aanhalen van dit verwijt is om die reden als argumentum ad misericordiam ongeldig. Dit te meer omdat juist en doelbewust de persoon buiten de discussie was gelaten. De misvatting van de minachting schuilt dan ook niet in de propositie van de protagonist maar in de grondgedachte van de gelovige die zijn religie en persoon als onlosmakelijk met elkaar verbonden ziet.

Discussietechniek en een heilig boek

Er schijnt een welhaast onbedwingbare lust in religieuze orthodoxen te schuilen om bij elk maatschappelijk discussie, de eigen bijdrage te beperken tot nihil. Dit gemis wordt ruimschoots goedgemaakt door te citeren uit een boek.

Dit is merkwaardig. Het kan zo zijn dat men beschikt over een matig ontwikkeld zelfbeeld dan wel dat de eigen mening nauwelijks tot wasdom is gekomen, maar dat verklaard nog niet waarom een boek die plaats in zou moeten nemen. Gebruikelijker is het om in een voorkomende discussie te zwijgen en te luisteren of juist door het actief voeren van gesprekken gaandeweg de eigen mening te laten vormen. Door beide na te laten en evenwel een boek voor zich te laten spreken, raakt men aan die vreemde vorm die ook wel néantisation wordt genoemd.

Dat wil zeggen dat men van de gesprekspartner een ding maakt ofwel men maakt zichzelf tot ding om door de ander beheerst te worden; in beide gevallen kan er van werkelijk contact geen sprake zijn. Door niet zelf te spreken maar een boek het woord te laten voeren, roept men een onwezenlijke situatie op. Immers, bewustzijn en zelfgenoegzaamheid zijn onverenigbaar.

Maar er schuilt tevens een andere opmerkelijke omstandigheid in het citeren van heilige verzen. Men slaagt er dan in de godheid te gebruiken als ware het een dienstknecht. Wie op een heldere vraag, bijvoorbeeld antwoord met de cijfers 8:34, heeft waarschijnlijk niet het flauwste benul dat hij hiermee de godheid reduceert tot een werknemer van de eigen onmondigheid. Een werknemer die, zo naar het lijkt, onder geen enkele CAO valt en zich volstrekt dient te schikken naar de luim van zijn baas.

Wednesday, 29 July 2009

De islam heeft 'het' gedaan


Het is een feit van algemene bekendheid dat het criterium nieuwswaarde niet ziet op alledaagse gebeurtenissen die, door gebrek aan spanning of opmerkelijkheid, de aandacht zouden moeten opeisen. Het is niet de trein die op tijd aankomt die op de voorpagina komt te staan, maar degene die ontspoort. Een krant gaat uit van de propositie dat het leven een aaneenschakeling is van deugdzame mensen. De exceptie daarop is echter nieuws.

Een vraag die wel een nadere verklaring behoefte is deze: waarom zou men bij gelijkwaardige nieuwsberichten de noodzaak voelen om, daar waar dit kennelijk het geval is, de religieuze in casu islamitische achtergrond als vehikel op te voeren?

De reden daarvoor ligt besloten in de eerder genoemde deugdzaamheid. De islam stelt zich voor als de enige ware religie waar ondeugden het domein zijn van de ongelovige. Die laatste mist het licht van een juist leven en is bijgevolg als voertuig van satan verantwoordelijk voor al het kwaad in de wereld. Zeker, de moslim kent ook zijn zwakheden, maar die worden evenwel gekwalificeerd tot aanvechtingen in de grote test die het leven heet. Leiden die ontsporingen tot moord dan vervalt het primaat moslim, d.w.z. dat wordt hem ontnomen. Negatief nieuws kan derhalve nooit betrekking hebben op een moslim.

Waar de moslim zich door zijn religie op een hoger plan stelt, tracht de westerse media vanaf de jaren zestig dat denkpatroon te doorbreken door er stelselmatig op te wijzen dat men in de eerste plaats mens is en daarna pas, voor wie het heeft te gelden, moslim.

Het westerse denken is volgroeit met de gedachte dat religie ondergeschikt is aan de mens en dat maakt alle aanspraak op een deugdzaam handelen op basis van religie twijfelachtig. Dat bewijs vindt men dan ook dagelijks terug in de krant. Niet eerder voor dat de islam haar suprematie afwerpt, zal de media er op blijven wijzen dat het ‘moslims’ waren die het kwaad deden geschieden.